Translate

Posts mit dem Label fotografie werden angezeigt. Alle Posts anzeigen
Posts mit dem Label fotografie werden angezeigt. Alle Posts anzeigen

Donnerstag, 31. März 2016

Voorkomen van ruis in je foto’s, het geheim

Digitale ruis in de foto, een probleem waar sommige fotografen gek van kunnen worden. Veel fotografen streven er naar om met een zo laag mogelijke iso te fotograferen om het probleem van de ruis zoveel mogelijk te elimineren. Mijn ervaring leert dat dit zeker niet altijd de beste manier is. Ik doe jullie het geheim uit de doeken hoe je een zo ruisvrije foto kan maken:
Wat is ruis?
Laten we eerst eens kijken wat ruis nu precies is in de digitale fotografie. Digitale ruis laat zich zien als kleine afwijkingen in de kleur van pixels. Tussen de pixels met de correcte kleuren staan pixels met willekeurige blauwe, groene of rode pixels. Als de ruis extreem is, kan een foto daardoor zelfs onscherp worden.
In het kort is het zo dat ieder elektrisch apparaat ruis maakt. Maar bij grote versterking van het originele signaal is het deel ruis beter te zien (of te horen). Als er voldoende licht beschikbaar is, dan gebruiken we een lage iso. De grote hoeveelheid licht onderdrukt dan met gemak de ruis. Ga je nu echter onder slechtere lichtomstandigheden werken, dan wordt het interessant. Je ISO zet je hoger, waardoor je meer versterking vraagt van het elektrische apparaat (de sensor in je camera). Hierdoor wordt niet alleen de gevoeligheid voor licht groter gemaakt, ook het ruisniveau zal toenemen.
Ook het formaat van de pixels is van invloed op het ruisniveau. Een compactcamera heeft een in oppervlakte kleinere sensor en de pixels zijn daardoor kleiner van formaat dan die van een grotere spiegelreflex. Dit formaat in oppervlakte kan wel een factor 35 schelen! En hoe kleiner de pixels, hoe meer versterking nodig is. En dus meer ruis.
Verder speelt de temperatuur van de sensor een rol. Een warme sensor geeft meer ruis. Dit kan met name parten spelen bij extreem lange sluitertijden waarbij de sensor erg warm kan worden.
Voorkomen van ruis
Maar wat is nu de beste manier om ruis zoveel mogelijk te voorkomen? Dat is zeker niet altijd de ISO waarde zo laag mogelijk zetten. En dat is nu juist hét misverstand onder veel fotografen. Immers de theorie zegt dat een lage ISO juist de minste ruis geeft.
Wat is dan wel de beste manier om ruis te vermijden? Dat is correct belichten tijdens het fotograferen. En ik zal uitleggen waarom dat zo is met voorbeelden. Eerst de theorie hierachter. Als je een foto maakt op zeg 400 ISO, maar je foto is te donker, dan zal je in de nabewerking de foto lichter moeten maken. Je doet dit in Photoshop, in Lightroom of in welk programma je daar dan ook voor gebruikt. Door de foto lichter te maken, doe je eigenlijk hetzelfde als de camera zou doen bij het hoger zetten van de ISO. Je ‘versterkt’ de individuele pixels. En zoals je weet is een hogere ISO meer ruis, en dus een versterking van het licht in de nabewerking geeft hetzelfde resultaat.
Een foto zegt meer dan 1600 woorden:
Hieronder zie je een foto die ik heb gemaakt met 400 ISO. Ik heb bewust de foto 2 stops donkerder gemaakt in de camera dan dat de externe lichtmeter me vertelde. Het is logisch dat ik een donkere foto krijg. (klik om de foto’s te vergroten en de details beter te zien )
ISO 400 origineel
ISO 400 origineel
Ik heb met ISO 1600 een foto gemaakt van hetzelfde tafereel met dezelfde sluitertijd en diafragmastand. Hierdoor laat ik dus 2 stops meer licht toe en heb een goed belichte foto.:
ISO 1600, correct belicht
ISO 1600, correct belicht
De 400 ISO foto zal ik nu 2 stops lichter moeten maken in de nabewerking om ze te kunnen vergelijken. Ik heb een uitsnede gemaakt van een deel van de foto en leg de ISO 400 en de ISO 1600 naast elkaar om goed te kunnen vergelijken:
Verschil slecht belichte 400 en goed belichte 1600
Verschil slecht belichte 400 en goed belichte 1600
Wat je hier duidelijk ziet is dat de ISO 400 foto meer ruis heeft dan de ISO 1600 foto. Dit komt omdat we in de nabewerking meer ruis hebben toegevoegd door de belichting in de nabewerking te corrigeren.
De geleerde les.
Een lage ISO geeft je zeker minder ruis, maar een absolute voorwaarde is wel dat je de foto goed belicht. Hoe je makkelijk kan zien of je een foto goed belicht heb ik beschreven in het artikel over het histogram.  Als je geen mogelijkheid hebt om correct te belichten, dan is het kiezen van een hogere ISO om een beter belichte foto te krijgen altijd de betere oplossing. Veel fotografen zijn zich niet bewust van dit fenomeen en maken onbewust dus een verkeerde keuze bij het fotograferen. Goed belichten is dus het belangrijkste bij het vóórkomen van ruis, als je de goede belichting niet kan maken met een lage ISO, schakel dan over naar een hogere ISO. Dat is beter dan een onderbelichte foto die je moet corrigeren.
Wil je meer weten over het meten van licht, lees dan dit artikel eens over hoe je camera het licht meet en dit artikel waarin de verschillende meetmethodes uitgelegd worden
De foto’s die je in dit artikel ziet zijn onbewerkte foto’s uit de Canon 5D mkII, afgezien van de verhoging van de belichting om de 2 stops onderbelichting te compenseren. Ik gebruik Lightroom om RAW foto’s te verwerken en in dit geval is ruisonderdrukking en verscherping uitgezet. Hierdoor kan je dus appels met appels en peren met peren vergelijken.

Automatische ISO, wel of niet gebruiken?

Een artikel over de auto ISO instelling. Is dit een handige optie of zorgt het voor hoofdbrekens achteraf? Ik leg de werking uit en dan mag je zelf beslissen :)
Want ik zeg altijd “Je ISO moet zo laag als mogelijk is en zo hoog als noodzakelijk”. Maar hoe je daar voor zorgt, lees je verder in dit artikel.
Afgelopen week stond ik op de boulevard voor een avondje avondfotografie. Altijd een erg leuke workshop waarbij ISO altijd een onderwerp van gesprek is.
Eerst even een kleine definitie, waar staat ISO voor. ISO staat eigenlijk helemaal niet voor iets dat met fotografie te maken heeft. Maar het is een afkorting. Een afkorting voor de International Organization for Standardization. Een organisatie die zorgt dat we over de hele wereld dezelfde internationaal afgesproken standaardden gebruiken. Als we het echter over ISO in de fotografie hebben, dan hebben we het over de lichtgevoeligheid van de film of de sensor. Hoe hoger de gevoeligheid, hoe minder licht je nodig hebt om een goed belichte foto te maken. Eerder maakte ik al een filmpje over wat ISO nu precies is.
Je regelt zelf de ISO
avondfotografieBij de start workshop avondfotografie is er nog voldoende licht. De zon is nog niet onder en we fotograferen vaak in de richting van de ondergaande zon. Omdat er voldoende licht is, volstaat dan een ISO van 100 of 200. Als de zon echter ondergaat dan neemt de hoeveelheid licht snel af. Onze ogen zien dat niet zo, maar de camera des te meer. Als je dan niet op past gaan je sluitertijden rap omhoog en heb je een grote kans op een foto die bewogen is. Het is dan een goed gebruik om te blijven kijken naar je sluitertijden en als deze te lang worden je ISO te verhogen.
Ongeveer 10 à 15 minuten na de zonsondergang is het dan tijd voor het gebruik van het statief. Bij het gebruik van een statief kan je je langere sluitertijden (of zelfs erg lange) veroorloven. Omdat je gebruik maakt van lange sluitertijden, wil je in dit geval een lage ISO. je wilt immers ook geen of weinig ruis in je foto. Mijn advies aan de cursisten op dat moment is dan ook om je ISO op 100 of 200 te zetten.
De camera doet de ISO (Auto-ISO)
Als je echter de optie automatisch ISO gebruikt dan hoef je soms niet en soms wél na te denken. In de tijd vóór de zonsondergang gaat het namelijk goed. De camera zal zorgen voor een lage ISO als het kan en de ISO hoger zetten als het moet. Dit geldt ook voor de korte periode net na zonsondergang. De ISO zal dan in de auto-stand steeds iets hoger gaan.
Je camera weet echter niet dat jij je camera op statief zet. Dus zodra dat het geval is blijft de auto-ISO de ISO verhogen omdat er steeds minder licht is. Terwijl jij nu net met langere sluitertijden kan fotograferen omdat je camera op statief staat. Het resultaat is dan ook dat je foto’s onnodige hoge ISO krijgen en dus ook meer (onnodige) ruis. Dit is dan ook een voorbeeld waarbij je je camera bij voorkeur niet op de auto-ISO zet…
Help ik ben mijn ISO vergeten
Je kent het vast, je hebt gisteravond foto’s gemaakt in het schemer en hebt je ISO op 1600 gezet. En nu sta je in de volle zon weer te fotograferen met ISO 1600…. Vergeten de ISO terug te zetten. Dat zal je niet gebeuren als de je optie auto-ISO gebruikt, dan zorgt je camera dat jouw vergeetachtigheid geen probleem wordt. Altijd fijn!
Maar ik wil geen hoge ISO, want dat geeft ruis
Als docent fotografie zie ik heeeeel vaak bewogen foto’s terwijl dat niet nodig was. Vaak heeft men dan een te lage ISO gekozen. Er blijft veel ‘angst’ onder fotografen over de te hoge ISO en de ruis die dat geeft. In de praktijk valt het erg mee met die ruis, zeker bij de huidige camera’s. Mijn eerste digitale camera leek bij ISO 1600 op een pakje hagelslag, maar tegenwoordig zie je bijna het verschil niet meer tussen ISO 400 en ISO 1600. En ik heb je al eerder een geheim verklapt waarmee je kan zorgen dat de ruis nihil is.
Zo hoog als noodzakelijk en zo laag als mogelijk
Dat is het advies voor het gebruik van de ISO. Hiermee zorg je dat je geen onnodig bewogen foto’s krijgt en ook geen onnodige ruis. De automatische optie van je camera kan je daarbij helpen.
Limiteer de auto-ISO
Vaak kan je de automatische ISO beperken. Zoek even op in je instructieboekje hoe het zit, maar ik adviseer om even na te denken hoe hoog je je ISO maximaal wilt hebben. Als je dat bijvoorbeeld op ISO 1600 stelt, dan stel je gewoon in dat je camera maximaal ISO 1600 mag gebruiken in de auto-stand. Je kan dan altijd hoger als je wilt, maar dat zal je dan bewust zelf moeten doen.
Canon:
Bij Canon staat je camera dan op Auto ISO en zal de camera zelf kiezen welke ISO je ‘krijgt’ op basis van de gegevens van de lens. Canon houdt namelijk rekening met de brandpuntafstand en of er wel of geen IS (image stabilisation) op de camera zit. De camera stelt de iso dan zo in dat je nog uit de hand kan fotograferen. Bij een 100 mm lens zonder IS zal de camera proberen de sluitertijd niet langer dan 1/100 te maken.
De Auto-ISO stand van Sony lijkt op deze stand.
Nikon:
Bij Nikon werkt dit net even anders. Als daar de auto-ISO aan staat zal deze worden aangepast als deze niet kan worden bereikt met de waarde die de gebruiker zelf heeft ingesteld. Een voorbeeld: Je hebt bij de auto-ISO gekozen voor een sluitertijd van 1/30. Je stelt de ISO in op 400 en als je nu in een situatie komt waarbij je met ISO 400 niet aan 1/30 komt, dan gaat de ISO omhoog. De ISO gaat dus in dit voorbeeld niet naar een lagere waarde dan 400. Het is bij een Nikon moeilijk te zien of de Auto-ISO aan staat, dat staat vaak verborgen in het menu. Je kan echter dus altijd je ISO instellen bij Nikon. Dit is dan echter niet persé de ISO die gebruikt zal worden. Als je auto-ISO aan staat is de ingestelde ISO de laagst mogelijke. Daarom kan het verstandig zijn om bij Nikon zowel te kiezen voor auto-ISO als een lage basis-ISO.
Dus, de keuze is aan jou
Er zijn gevallen waar de auto-ISO reuze handig is en gevallen waar je dat absoluut niet wilt. Als jij weten hoe je camera ingesteld staat en hoe je makkelijk de ISO kan wijzigen heb jij de controle voor de verschillende situaties.

Mittwoch, 30. März 2016

Help, mijn foto is niet scherp

Soms gebeurt het gewoon, je foto is niet scherp. Wat kan dat nu zijn en hoe kan je het oplossen?
Het probleem kan aan verschillende factoren liggen, laten we de meest voor de hand liggende ‘problemen’ eens bespreken.
Je hebt niet scherp gesteld
Dat komt zelden voor omdat tegenwoordig iedere camera is voorzien van autofocus. maar als je die (per ongeluk) hebt uitgeschakeld, dan kan dit wel eens het probleem zijn. Oplossing? Zet je autofocus weer aan (of stel handmatig scherp).
Je scherpte-diepte is te klein.
Ik schreef al eerder een artikel met paaseitjes over scherpte-diepte. Alhoewel een kleine scherpte-diepte vaak een interessant beeld oplevert, kan je ook een scherpte-diepte hebben die te klein is. Dan kan het zomaar zijn dat het verkeerde stukje scherp is, dat zie je bij de eerste foto bijvoorbeeld.
Je sluitertijd is te lang:

onscherpe vis, sluitertijd 1/13
onscherpe vis, sluitertijd 1/13
Sluitertijd is de belangrijkste. Als je sluitertijd namelijk te lang is dan is de kans heel groot dat je foto bewogen is. Het kan zijn dat je onderwerp te snel beweegt, het kan zijn dat je camera (jij dus) beweegt tijdens het fotograferen. Een combinatie kan natuurlijk ook.
In dit geval zie je beweging… 
Wat doe je daar nu aan?
Zorg dat je sluitertijd korter wordt… Ja, dat is makkelijk gezegd. Hoe kort moet die sluitertijd dan zijn? Er zijn namelijk geen boekjes die je vertellen hoe lang of hoe kort een sluitertijd moet zijn voor een bepaalde situatie. Een Formule1 auto die stil staat kan je waarschijnlijk goed fotograferen ment een sluitertijd van 1/60, maar als dezelfde auto 300 kilometer per uur rijdt, dan ga je het niet redden met die sluitertijd van 1/60…
scherpe vis, sluitertijd 1/25
scherpe vis, sluitertijd 1/25
Grofweg kan je zeggen dat je een stilstaand object kan fotograferen met een relatief lange sluitertijd van 1/60. Als je onderwerp rustig beweegt, dan kan je dit meestal wel ‘stilzetten’ met een sluitertijd van 1/250. Erg snel bewegende objecten (bijvoorbeeld sporters) zou ik meer met een sluitertijd willen fotograferen van 1/1000. Bovenstaande vis bij dit artikel kon ik met geluk redelijk scherp krijgen met een sluitertijd van 1/25 terwijl dit met 1/13 niet lukte.
Hoe de sluitertijd verkorten
Weinig licht geeft je altijd een langere sluitertijd. Als het mogelijk is, dan zorg je voor meer licht. Vaak is dat door gewoon het licht op te zoeken (ga naar het raam in plaats van midden in de kamer). Maar natuurlijk kan je ook je diafragma open zetten of je ISO te verhogen.
Zelf beweeg je natuurlijk ook
Als je onderwerp compleet stil staat, dan kan je niet zomaar een lange sluitertijd nemen, de kans dat je camera, jij dus, beweegt is dan aanzienlijk. Zelf hou ik een soort van ondergrens aan van 1/20 seconde om mijn camera stil te houden. Maar in dat geval moet ik wel erg geconcentreerd te werk gaan. Ik sta dan erg stevig stil en hou mijn ademhaling onder controle. Ook zorg ik voor een goede stabiele houding. Dus niet met mijn armen uitgestrekt een foto maken via live-view, maar de camera aan het oog en de armen stevig in de zij. Of ik laat mijn camera ergens tegenaan steunen, dat helpt ook altijd.
Zoomen en sluitertijden

Een scherpe foto met een sluitertijd van 1/1000
Een scherpe foto met een sluitertijd van 1/1000
Er is een ‘vuistregel’ voor de sluitertijd in combinatie met zoombereik van je lens. Die vuistregel luidt: kies een sluitertijd die minimaal je brandpuntsafstand is. Met andere woorden, bij een 50mm lens gebruik je een sluitertijd van minimaal 1/50 en bij een 300mm lens een sluitertijd van minimaal 1/300. Hoe langer je lens is, hoe groter de beweging in de verte namelijk.

Hulpmiddelen op je lens of camera.
Tegenwoordig zijn veel camera’s en lenzen uitgerust met stabilisatie. Bij Canon heet dit IS, bij Nikon VR, Sony noemt het steadyshot en Sigma OS. Ieder fabrikant doet het weer net iets anders, maar met deze systemen worden de camerabewegingen geneutraliseerd waardoor je met een langere sluitertijd kan fotograferen dan volgens de vuistregel hierboven. Dit scheelt echt enorm. Helaas haalt het natuurlijk niet de snelheid uit je te fotograferen onderwerp.
Statief gebruiken
Natuurlijk kan je een statief gebruiken, daarmee sluit je in ieder geval uit dat de beweging van de camera afkomstig is. Tenminste, als je de goede voorzorgsmaatregel neemt. Want de stabilisatie kan je namelijk behoorlijk tegen zitten in dit geval. Je ziet hier een voorbeeld van een foto met een lange sluitertijd waarbij de IS nog aan stond. resultaat alsnog een bewogen foto…
Zet dus je stabilisatie uit als je een statief gebruikt (tenzij je een hele dure lens hebt die dat ook nog zelf detecteert, die zijn er)
Onscherp door stabilisatie, sluitertijd 13 seconden
Onscherp door stabilisatie, sluitertijd 13 seconden

Scherp zonder stabilisatie, sluitertijd 13 seconden
Scherp zonder stabilisatie, sluitertijd 13 seconden
creatief gebruik maken van langere sluitertijden
Als het niet mogelijk is om je sluitertijd te verkorten, dan kan je misschien wel gewoon een langere sluitertijd gebruiken om creatief te fotograferen. Als je daar tips over wilt, dan verwijs ik je graag naar dit artikel over dynamiek in je foto’s.

Werken met scherptediepte

Werken met scherptediepte

Eén van de meest belangrijke manieren om creatief om te gaan met beelden is het toepassen van selectieve scherpte-diepte. Je past dit toe door je diafragma getal te wijzigen op je lens. Je ziet hier een diafragma van een gesloopte lens (alles voor het onderwijs tenslotte):
klein diafragma midden diafragma groot diafragma
Dit diafragma getal is wat verwarrend, ik hoop dat ik met de onderstaande uitleg wat licht in de duisternis kan creëren.
Evi met K3 zoen diafragma f/2.8Als eerste vertel ik je dat je met een goed gebruik van het diafragma je foto’s beter kan laten communiceren. Je kan de nadruk leggen op iets of je haalt juist de aandacht weg van een onderwerp.  In dit voorbeeld met model Evi leg ik de nadruk op de K3-zoen:
Laten we eerst maar even naar de normale werkelijkheid gaan. Je staat in een duistere kamer en loopt door de deur naar buiten waar de zon vol staat te schijnen. Je onmiddellijke reactie is om met je ogen te knipperen en te knijpen. Tijdens het donker staan je pupillen namelijk helemaal open en in het volle licht moeten ze dicht. Het duurt even voordat ze zich hebben aangepast aan het zonlicht. Ons oog regelt dus te hoeveelheid licht dat binnen komt door de pupil te openen of te sluiten. Een camera doet dit eigenlijk het zelfde. Door het diafragma (de lensopening) te sluiten, krijg je minder licht per tijd binnen.
Het diafragma:
Dat diafragma is gemaakt van een aantal lamellen, en hoe meer lamellen, hoe ronder dat diafragma is. Als de lamellen uit elkaar gaan staan, wordt het gaatje groter en komt er dus meer licht binnen. Het formaat van de opening wordt het diafragma-getal of de F-waarde genoemd. En hoe lager het getal,m hoe groter de opening is. De reeks van diafragmagetallen is als volgt:
f/1,4 – f/2 – f/2.8 – f/4 – f/5.6 – f/8 – f/11 – f/16 – f/22 – f/32
Elk volgend getal is een stop kleiner. Dat houdt in dat als je van een diafragma van f/5.6 naar een diafragma van f/8 gaat, je een gaatje hebt dat twee maal zo klein is. Er komt dus ook maar de helft van de hoeveelheid licht per tijd binnen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten is de reeks van groot naar klein (dat komt omdat het 1/getal is). Om dezelfde hoeveelheid licht op je sensor te krijgen zal je dus bij een diafragma van f/8 twee maal zo lang moeten belichten als bij een diafragma van f/5.6
Tussengetallen:
De reeks diafragmagetallen is de eigenlijke reeks. Of je al deze diafragmagetallen tot je beschikking hebt ligt aan de techniek van je lens. Een dure lens zal eerder een groot diafragma ter beschikking hebben. Dergelijke lenzen worden door deze grote lensopening ook wel een snelle lens genoemd. Immers omdat er door een groot gat veel licht naar binnen valt, kan je werken met korte sluitertijden. Ook hebben vele camera’s de beschikking over zogenaamde tussen-diafragma’s. Dit kan bijvoorbeeld f/9 en f/10 zijn die tussen f/8 en f/11 zitten. Omdat je van f/8 naar f/11 de helft van de hoeveelheid licht krijgt, zijn f/9 en f/10 de tussenvormen.
Scherptediepte:
Maar het diafragma bepaalt niet alleen de hoeveelheid licht die per tijdseenheid op je sensor valt, het gekozen diafragma bepaalt ook de scherpte-diepte van de foto die je er mee maakt. Deze scherptediepte is niets meer dan de afstand waarbinnen de onderwerpen die op de foto staan scherp worden weer gegeven. En hoe groter de opening van het diafragma, hoe kleiner deze scherpte-diepte is. Dus een diafragma van f/4 geeft een kleinere scherptediepte dan een diafragma van f/16.
Hieronder een reeks voorbeelden, waarbij het diafragma varieert tussen f/1.4 en f/16 (klik voor groter formaat)
Diafragma f/1.4 Diafragma f/2.0 Diafragma f/2.8 Diafragma f/4.0
Diafragma f/5.6 Diafragma f/8.0 Diafragma f/11 Diafragma f/16
Bokeh:
Bokeh is een Japanse term die wat zegt over het onscherpe gedeelte in een foto. Deze onscherpte is afhankelijk van het ontwerp van de lens waarbij de vorm van het diafragma een belangrijke rol speelt. Het begrip Bokeh wordt geassocieerd met aangename onscherpte in een foto en de vorm die deze onscherpte heeft. En de vorm van deze onscherpte is goed terug te zien in lichtpunten in de foto, die nemen dan de vorm aan van het diafragma. En je kan hier mee spelen, als je hartjes in je foto wilt, dan kan je dat maken. De ene lens levert een mooiere onscherpte op dan de andere lens. Over het algemeen geven lenzen met meer diafragma lamellen een mooiere onscherpte op. Helaas zijn dit dan vaak ook weer de duurdere lenzen.


Samstag, 26. März 2016

Tips voor het fotograferen in de dierentuin

Tips voor het fotograferen in de dierentuin

Marit Hilarius

Tips voor het fotograferen in de dierentuin

maandag 21 maart 2016, 22:11 door | 4760x gelezen | 8 reacties Nu het weer lente begint te worden is het weer tijd voor de leuke dagjes uit! Voor fotografie liefhebbers is de dierentuin een leuk dagje weg waarbij je ook nog met leuke foto's thuis kunt komen. Als je een beetje je best doet, en naar de juiste parken gaat, kun je met prachtige platen thuiskomen waarin niemand direct een dierentuin zal herkennen.

Kies een mooie dierentuin uit


De ene dierentuin is vanzelfsprekend fotogenieker dan de ander. Artis staat bijvoorbeeld niet bekend om de prachtige, natuurlijke verblijven. Burgers Zoo daarentegen, is perfect voor het maken van natuurgetrouwe opnames. Ook is de Apenheul erg leuk en wat makkelijker werken met mooie achtergronden.

De Beekse Bergen is ideaal als je beschikt over een goede zoomlens. Er zijn weinig hekken in dit park te zien waardoor je al gauw een natuurlijke uitstraling op je foto krijgt. Als je er natuurlijk voor zorgt dat je de andere auto's niet in beeld neemt..
Dierentuin

Plan je bezoek zorgvuldig


In de winter naar de dierentuin is vaak wat minder spannend. Veel dieren zitten in hun binnen verblijven, wat vrijwel nooit voor mooie foto's zorgt. Een nog groter probleem is haast nog de overgang van verschillende temperaturen.

In de verblijven van amfibieën en vlinders is het vaak ontzettend veel warmer en/of vochtiger, waardoor je lens elke keer weer zal beslaan. Afhankelijk van de temperatuur kan het lang duren voor dit weer weg trekt, en dat werkt natuurlijk niet fijn.

De lente en de zomer zijn de meest ideale tijd om te gaan, maar vermijd de drukke dagen. Hiermee doel ik uiteraard op de vakanties en de weekeinden. Heb je de mogelijkheid om doordeweeks te gaan, doe dit dan vooral! Zo kun je rustig de beste plekjes uitzoeken en de tijd nemen voor je foto's.
Dierentuin

Werk met grote diafragma's


Een lichtsterke lens is fijn om mee te werken in dierentuinen. Niet per se vanwege de grote hoeveelheid licht, maar vooral zodat je een onscherpe achtergrond kunt creëren. Hiermee verdwijnen en/of vervagen ongewenste objecten en krijg je al veel sneller een natuurgetrouwe achtergrond.

Maar niet alleen de achtergrond kun je hiermee vervagen, ook de voorgrond! Sommige verblijven hebben tralies waar je je lens niet doorheen kunt steken. Zet dan je lens zo dicht mogelijk op de tralies, als het kan zelfs er tegenaan, en zet je diafragma wijd open. Op deze manier zullen de tralies vrijwel helemaal vervagen en verdwijnen op je foto.

Vermijd verblijven met glas
Verblijven met glas kun je het beste langslopen. Zeker op drukke dagen zal het glas helemaal vol staan met vinger- en handafdrukken, naast het feit dat je waarschijnlijk meer van de reflecties van het publiek ziet dan van het dier erachter. Ga je op een rustige dag, zou je er rekening mee kunnen houden door donkere kleding aan te trekken. Heb je een polarisatie filter, neem deze dan uiteraard mee.
Dierentuin

Neem verschillende lenzen mee


Meestal gebruik ik in dierentuinen mijn 70-200mm f/2.8. Sommige dieren houden zich schuil in een hoekje aan de andere kant van het verblijf, en met een goede telelens kun je zo toch nog beeldvullend in beeld krijgen. Dit werkt ook perfect bij verblijven die simpelweg niet mooi zijn op het beeld.

Het leeuwenverblijf van Artis is een betonnen blok, wat ontzettend zonde is en niet mooi staat op de foto. Met je telelens kun je de leeuwen eens volledig beeldvullend als portret schieten. Op deze manier zal niemand iets van de achtergrond ziet, en verraad er niets dat de foto niet in Afrika is genomen.
Dierentuin

Naast een telelens kan een macro set ook heel erg leuk zijn om mee te nemen. Bij kleine kikkertjes of insecten kun je zo heel dichtbij komen, en ook voor de vlindertuin kunnen macro lenzen heel erg leuk zijn!

Een ideale combinatie bij een vlindertuin is een telelens met tussenringen tussen je camera en lenzen geplaatst. Zo kun je nét wat dichterbij komen dan normaal, maar heb je nog steeds je zoombereik.

Het fotograferen in een dierentuin zal je zelden écht award winnende platen opleveren, maar je kan er zeker weten ontzettend leuke beelden aan overhouden!


Mittwoch, 16. März 2016

De verschillende soorten filters

De verschillende soorten filters

Waarom filters gebruiken?


Zoals ik al beschreef hebben filters verschillende functies. Één daarvan kan 'bescherming' zijn. UV filters waren vroeger wel van ander nut, toen waren films nog gevoelig voor UV licht.

Nu alles digitaal is, gaat die vlieger niet echt meer op. Nu dienen ze vooral als bescherming voor je glas, wat ook zeker waardevol is, mits je wel een goede kwaliteit filter erop schroeft.

Met veel andere filters kun je meer controle krijgen over het licht van de situatie die je probeert te fotograferen. Je kunt grote contrasten tóch allebei goed belicht vastleggen, je kunt op klaarlichte dag met lange sluitertijden werken en reflecties in het water weghalen.

Je hoort het misschien al, vooral bij landschapsfotografie komen filters goed van pas.

Grijsfilter in landschappen

De 3 belangrijkste filters



ND filter / grijsfilter
Dit filter is eigenlijk een soort 'gordijn' wat je voor je camera plaatst en wat een hele hoop licht weghaalt. Het is een, zoals de naam al zegt, grijs filter. Je kunt er wel doorheen kijken, maar in welke mate verschilt per filter.

Je hebt lichte ND filters, deze halen maar weinig stops aan licht weg. Je hebt ook de zware ND filters, zoals de Big Stopper van Lee. Deze haalt wel 10 stops aan licht weg! Hierdoor kun je op klaarlichte dag gewoon met lange sluitertijden werken om bijvoorbeeld water een melkachtige substantie te laten lijken.

Hoe donkerder het filter, hoe moeilijker het is om ermee te werken. Je kunt er namelijk bijna niet meer doorheen kijken, waardoor je ook niet meer kunt scherpstellen. Ook moeten de instellingen volledig handmatig worden ingesteld.

ND-grad filter / grijsverloopfilter
Dit filter werkt eigenlijk hetzelfde als het grijsfilter, maar dan is hij maar voor de helft grijs. Misschien heb je het zelf ook wel eens gemerkt; bij landschappen komt je lucht vaak overbelicht uit op je foto. Hoe hard je ook je best doet, je krijgt de voorgrond én de lucht gewoon niet allebei correct belicht. Daar kan het verloopfilter bij helpen!

Je plaatst het grijze gedeelte over de lucht heen. De onderkant is 'gewoon' doorzichtig, dus het landschap blijft hetzelfde belicht. Op deze manier valt er een hoop contrast tussen de lucht en het landschap weg, en kun je wel correct belichten.
Filters1

Polarisatie filter
Een polarisatie filter voorkomt reflecties en maakt kleuren wat dieper. Een polarisatie filter kun je altijd draaien, om het effect van het filter aan te passen. Afhankelijk van de sterkte van het licht en de manier waarop het licht op je lens valt, verandert het hele effect.

Je kunt door je camera kijken terwijl je aan het filter draait, dan zie je vanzelf wanneer de lucht dieper blauw wordt.

Om reflecties weg te draaien maakt het niet uit in welke hoek de zon staat. Deze functie kan van pas komen bij allerlei situaties. Een tropische zee krijgt ineens veel meer kleur, in een raam verdwijnen reflecties en ook op andere voorwerpen verdwijnt de glans.

Door een polarisatie filter verlies je wel een beetje aan licht, dus hou daar rekening mee bij het fotograferen.
Filters3

 

Dienstag, 8. März 2016

Werken met rook

Werken met rook

donderdag 3 maart 2016, 20:02 door | 1186x gelezen | 2 reacties Eén van de meest interessante workshops die ik geef is zonder twijfel 'werken met rook'. Het lijkt misschien simpel; gewoon wat rook opblazen en je bent klaar... maar in de realiteit is het bijna wetenschap.

Ik zou er letterlijk pagina's over vol kunnen schrijven (misschien doe ik dat op een dag ook wel).

In de essentie moet je je bewust zijn van het feit dat rook tegelijkertijd werkt als een diffuser en een reflector, dus van achteren verlichtende rook kan geweldig zijn en van voren verlichtende rook kan rampzalig zijn.

Zelfs als je je lichten perfect neerzet voordat je rook toevoegt, kan het zomaar gebeuren dat alles in elkaar valt wanneer je de rook toevoegt, door het feit dat de rook werkt als een diffuser. Je shot kan dan veel te licht of veel te donker worden.

Je kunt rook ook gebruiken om delen van je model op te lichten die normaal te donker uit zouden vallen. Bijvoorbeeld: je kunt twee lichtstrips achter het model plaatsen en daardoor een hele donkere voorgrond krijgen. Maar voeg wat rook toe in de voorgrond, en het licht zal reflecteren en bijvoorbeeld een jurk juist oplichten.

Rook

Makkelijk, toch? Nou ja, niet zo makkelijk in de praktijk maar in theorie wel. Nu moet je beginnen met leren hoe je de rook toevoegt.

Wanneer we met rook werken, dan werken we altijd met twee rookmachines als het kan. We voegen de rook dan in lagen toe, waarbij we patronen gebruiken die passen bij het shot.

Dit moet snel gebeuren want rook beweegt altijd. Daarom vraag ik vaak aan mijn assistenten om eerst rook in de voorgrond te blazen (in dit soort shots) en dan in de achtergrond. En dan snel naar de goede plek voor een foto toe. Op deze manier kun je interessante effecten creëren.
Rook

Om complete controle over je rook te krijgen kun je zelfs twee muren van rook creëren. Om het gezicht van het model nog wat meer op te lichten, heb ik gebruik gemaakt van een snoot met een grid erop.
Rook

Als je dit soort tips hulpvol vindt, kijk dan ook eens naar mijn boek Mastering the Model Shoot.

Modellen aansturen

Modellen aansturen voor beginners

maandag 7 maart 2016 Het is als fotograaf soms best een lastige klus om je modellen aan te sturen. Zeker als je werkt met onervaren modellen. Veel modellen hebben ontzettend veel steun aan goede aansturing van een fotograaf, maar we hebben het allemaal wel eens mee gemaakt; zo'n moment dat je het gewoon even niet meer weet! Ik geef je tips voor dit soort momenten.

Begin rustig


Zeker voor het begin van de fotoshoot is het belangrijk dat je het model op zijn/haar gemak stelt. Je kent elkaar waarschijnlijk niet zo goed, dus het is belangrijk om lekker ontspannen te beginnen.

Hoogstwaarschijnlijk zal het model vragen 'wat wil je dat ik doe?' en dan is het fijn als je meteen ergens mee kunt komen. Ik begin meestal met een flinke zoomlens zodat ik op een flinke afstand kan werken, zodat ze kunnen wennen aan een lens op hun gezicht.

Neem voorbeeldposes mee


Voor onervaren modellen, maar ook voor jezelf als fotograaf, is dit echt een heel fijn hulpmiddel! Ik ben elke shoot weer blij dat ik wat bij me heb. Ik maak het moodboard samen met het model, zodat zij inspraak hebben in de poses, maar dat hoeft natuurlijk niet.

Hoe je het wil uitwerken of mee nemen is ook helemaal aan jou. Je kunt een boek maken waar je plaatjes in plakt, je kunt op je telefoon wat pose ideeën opslaan of je knutselt een heel moodboard in elkaar. Zo kun je op momenten dat je het allebei even niet meer weet altijd weer wat voorbeelden erbij pakken.
Modellenaansturen

Geef áltijd een aanwijzing


Modellen die al jaren poseren kunnen zich uitstekend prima redden, maar de stelletjes die loveshoots doen of vriendinnen die voor een shoot komen hebben meestal geen ervaring met poseren. 'Doe maar gewoon wat!' roepen werkt dan ook vaak niet zo goed.

Als je ze natuurlijk wil laten poseren, geef ze dan alsnog een taak. Laat ze lopen, zitten, desnoods liggen, en met elkaar kletsen. Dat is eerst even onwennig maar dan vloeien er al snel wat natuurlijkere poses uit.

Je kunt ook hele simpele aanwijzingen geven als 'ga maar iets schuiner staan'. Dat kan al genoeg zijn om modellen toch zekerder te laten voelen over wat ze doen. Recht van voren is vaak ook niet de meest flatterende pose.

Laat je modellen bewegen


Bijna elke pose ziet er beter uit als hij vanuit een beweging komt. Wil je dat je model met haar hand in het haar poseert? Laat je model dan meerdere keren achter elkaar haar hand erdoorheen halen, en klik op het juiste moment. Zo krijg je een veel mooier resultaat.

Modellen laten lopen en/of even achterom laten kijken werkt ook altijd prima, zeker bij groepsfoto's.
Modellen aansturen

Laat tussendoor af en toe een foto zien


Sommige ideeën voelen heel gek om uit te voeren voor het model, terwijl het resultaat heel mooi is. Het is daarom ook altijd een goed idee om tussendoor veel materiaal te laten zien. Dan ziet het model dat hij/zij echt goed bezig is en waar jij naartoe wil werken.

Dit zijn natuurlijk de momenten waarop je het model kunt prijzen of complimenten kunt geven.

Dat blijft natuurlijk het allerbelangrijkste, communicatie. Als je maar blijft praten met je model, ook al ben je onzeker of gaan er dingen mis, dan behoud je een fijne sfeer en werkt het makkelijker!

Dienstag, 16. Februar 2016

Levitation foto's maken



Levitation foto's maken

Als beginnend fotograaf zocht ik drie jaar geleden een magische uitdaging, en die vond ik in levitation fotografie: foto's waarin de modellen lijken te zweven.

Een uitdaging was het zeker, want dit soort foto's zijn niet makkelijk om te maken. Als je er echter een beetje handigheid in krijgt kun je een hoop gave dingen doen, en ik laat je zien hoe!
Levitation

Voorbereiding


Levitation foto's vragen iets meer voorbereiding dan een gewone fotoshoot. Het is voor een model best een intensieve klus, en je kan moeilijk improviseren. Om alles zo soepel mogelijk te laten verlopen is het een goed idee om van te voren een schets te maken van je gewenste eindresultaat.

Probeer hierbij al zo gedetailleerd mogelijk te zijn en denk ook aan de houding van de armen/vingers en voeten. Zo kun je straks je model precies vertellen en laten zien wat er moet gebeuren en kun je ook vast rekening houden met de bewerkingen die je later in Photoshop zal moeten uitvoeren.

Het is zeker een leuke extra als je er ook echt een 'verhaal' omheen verzint. Een zwevend model is natuurlijk een leuk plaatje, maar nog leuker is het als de foto ook echt iets vertelt. Je kunt extra aandacht aan locatie, accessoires, make-up en kleding besteden om de foto nog bijzonderder te maken.

Wat heb je nodig?


Allereerst natuurlijk een model. Maar daarnaast, een voorwerp om je model te laten zweven. Ik heb veel geprobeerd, en tot nu toe nog niets gevonden wat echt comfortabel is. Belangrijk is dat het een voorwerp is dat tot je knieën of hoger komt, en geen leuningen heeft.

Een stoel zal niet werken, maar een kruk is ideaal. Ook bierkratjes heb ik wel eens gebruikt. Ook een klein tafeltje zou dienst kunnen doen.

Je zult je foto's met een statief schieten, dus zorg dat je die ook bij je hebt.

Je model plaatsen


Het goed plaatsen van je model is het allerbelangrijkst. Om een realistisch resultaat te verkrijgen zijn een aantal dingen belangrijk.

Denk bijvoorbeeld aan de zwaartekracht. Heeft je model een jurkje aan, dan moet dat jurkje wel naar beneden hangen. Zorg dan dat je de stof zoveel mogelijk over de rand van het voorwerp drapeert. Ook de haren moeten echt naar beneden hangen.

Zorg ook dat de handen en voeten vrij zijn, deze mogen nergens op leunen. Dit maakt het voor het model vaak vrij zwaar, afhankelijk van de pose.
Levitation

De foto schieten


Je zult twee foto's gaan schieten op je statief, op precies hetzelfde punt en met dezelfde compositie en instellingen. Hier komt het statief dus om te hoek kijken! Zet je camera in de M stand, zodat de instellingen niet veranderen en de foto's straks precies hetzelfde zijn.

Vervolgens plaats je het model en maak je een foto waarmee je tevreden bent. Vervolgens laat je je camera exact zo staan, en zorg je dat het model en alle accessoires uit beeld verdwijnen. Hierna maak je nog een foto.

In Photoshop ga je vervolgens deze twee foto's over elkaar plaatsen, zodat je het stoeltje/krat/voorwerp waar het model op geplaatst is kunt weggummen. En tada, je model lijkt te zweven!

Maak het liefst meerdere foto's, als je model het goed volhoudt, en plaats af en toe de kleding en het haar wat anders. Als je er dan later achterkomt dat op je mooiste foto de kleding niet mooi naar beneden hangt, dan kun je kleding van een andere foto gebruiken in Photoshop.

Hou ook rekening met je bewerking, als je die achteraf nog wil toevoegen. Let op de lichtinval, de achtergrond en ruimte waar je eventueel iets wilt toevoegen.

Je hebt je foto nu geschoten! Je hebt al het materiaal bij elkaar om een mooi, magisch eindresultaat in elkaar te zetten.
Levitation

Donnerstag, 11. Februar 2016

Hoe maak je een goed zelfportret?

Marit Hilarius

Hoe maak je een goed zelfportret?

maandag 8 februari 2016, 16:16 door | 3913x gelezen | 4 reacties Het is als fotograaf ontzettend leuk om eens zelf voor de camera te gaan staan. En dan niet zomaar een camera, maar die van jezelf! Je vervult zo twee rollen tegelijk, die van fotograaf én model.

Op deze manier leer je ontzettend veel over beiden kanten en kun je allerlei concepten uitwerken die je niet aandurft/wil doen met een echt model. Het is echter best wel een lastig klusje, want hoe krijg je jezelf er net zo goed op als je modellen?

Wat heb je nodig?


Een idee of een plan
Het is handig als je van te voren weet wat je wil gaan doen, en wat je wil vertellen met je foto's. Met een model kun je vaak wel 'ergens' beginnen, en in de loop van de shoot volgen meer ideeën. Maar nu ben je in je eentje, en het telkens checken van alle foto's is veel lastiger en kost meer tijd.

Besteed wat tijd aan het maken van een moodboard, of zoek gewoon wat inspiratie plaatjes die je mee kunt nemen voor als je het even niet meer weet.

Een camera
Logisch natuurlijk, je hebt een camera nodig. Eigenlijk kun je met elke camera zelfportretten maken!
Sommige camera's maken het je wel wat makkelijker.

Zo heb je camera's met klapschermpjes. Deze kun je omklappen en op liveview zetten, waardoor je jezelf kunt zien. Dit werkt ontzettend fijn, omdat je meteen poses kunt uitproberen en bekijken hoe de foto eruit komt te zien. Ook kun je zo zien of je goed in beeld staat en of alles scherp is.
Zelfportret1

Je hebt ook op steeds meer camera's een WiFi functie zitten. Je kunt op je telefoon dan een app downloaden en contact maken met je camera. Vervolgens kun je op je telefoon de instellingen aanpassen, het beeld zien, foto's maken, en foto's bekijken. Werkt echt super fijn!

Statief
Een statief is een must voor zelfportretten. Hier kun je je camera opzetten en alle kanten op draaien. Heb je geen statief, kun je vaak wel iets verzinnen door een stapel boeken of krukjes en tafeltjes te gebruiken.

Eventueel een afstandsbediening
Heeft je camera geen WiFi functie, dan is een afstandsbediening een fijne tool. Je kunt deze al voor amper 10 euro op eBay bestellen.

Het fotograferen


Je kunt je zelfportretten op twee manieren maken. Handmatig alles instellen, of met een afstandsbediening of WiFi werken.

Handmatig
Deze optie is niet de fijnste, maar wel noodzakelijk als je geen WiFi op je camera hebt of beschikt over een afstandsbediening.

Het handmatige instellen is best een uitdaging. Hierbij heb je een proefmodel nodig dat ongeveer net zo groot is als jij. Je kunt hier bijvoorbeeld een bezem voor gebruiken, of een stapel boeken op een tafel, eigenlijk kan alles. Deze zet je op de plek waar jij straks wil gaan zitten of staan en daarop stel je scherp.

Vervolgens haal je alle spullen opzij maar onthoud je goed waar die spullen stonden. Markeer de plek eventueel. Zet daarna je de zelfontspanner op 10 seconden en je klikt op de knop. Dan is het een kwestie van een sprintje trekken, een mooie pose aannemen, jezelf weer even fatsoeneren, en dat nog twintig keer voor je een mooi gelukt zelfportret hebt.
Zelfportret2

Op deze manier is het best mogelijk zelfportretten te maken, maar zoals je misschien al merkt, het is niet de makkelijkste manier. Je bent vaak te laat, of je zit toch net een paar centimeter opzij waardoor je niet meer helemaal scherp bent.

Afstandsbediening
Werken met een afstandsbediening is een stuk makkelijker. Je kunt al voor minder dan 10 euro een afstandsbediening kopen op websites als eBay. Ondanks de lage prijs en de vrij lage kwaliteit van de afstandsbediening werken deze perfect!

Als je je afstandsbediening gaat gebruiken moet je je camera ook op zelfontspanner zetten. Op de meeste camera's kun je zien dat er naast een van de opties een kleine afstandsbediening staat in het icoontje. Bij mijn camera is dat bij de 10 seconde optie. Selecteer deze optie als je met de afstandsbediening wilt werken. Meer hoef je niet te doen!

Vervolgens zet je je camera op automatisch scherpstellen, en loop je naar je plek. Daar kun je dan kiezen of je meteen de foto maakt bij het klikken, of nog 2 seconde wacht. Ik raad je aan om nog 2 seconde te wachten zodat je nog tijd hebt om de afstandsbediening te verbergen.

Zorg dat je in je gewenste pose staat, klik op de knop zodat de camera scherpstelt en gaat aftellen, en verberg de afstandsbediening. Op het moment dat de foto wordt gemaakt sta jij in je gewenste positie en is die afstandsbediening nergens meer te bekennen!

Het maken van een zelfportret is eigenlijk niet anders dan bij een fotoshoot met modellen. Het enige verschil is dat jij nu zelf het model bent.
Zelfportret3

WiFi
Met de WiFi functie is er helemaal geen kunst meer aan. Je zet de WiFi van je camera aan, en vervolgens verbind je je telefoon met je camera. Zorg dat je de app hebt die bij jou camera hoort, hier kun je meer over lezen in de handleiding van je camera.

Vervolgens kun je op je telefoon alle gewenste instellingen veranderen en aanpassen, en zelfs met liveview werken.

De foto


Je kunt met zelfportretten echt alle kanten op. Je hoofd hoeft er niet eens op te staan, als er maar een deel van jezelf op staat is het al een zelfportret. Zo kun je ook eens met je rug naar de camera gaan staan, of een heel ander standpunt proberen. Het voordeel is dat je de gekste dingen kunt doen zonder dat iemand je vreemd aankijkt omdat je wel hele rare dingen vraagt.
Zelfportret

Lukt het idee wat je hebt uitgewerkt echt niet, neem dan iemand mee. Zo wilde ik in Zuid-Afrika een foto van mijzelf onder de sterrenhemel, maar daarvoor moest ik dan wel even 50 meter over glibberige rotsen afleggen in 10 seconde.

De afstandsbediening werkte niet van die afstand. Ik heb mijn vader achter de camera gezet en hem de knop in laten drukken. Sommige mensen zijn van mening dat het dan geen zelfportret meer is, maar zo zie ik het niet. De persoon die de knop indrukt vervangt eigenlijk alleen de afstandsbediening.

Het belangrijkst bij zelfportretten is eigenlijk; experimenteren. Probeer van alles, wees niet bang, neem risico's. Doe dingen waarvan je geen idee hebt hoe je het voor elkaar gaat krijgen. Ga uitdagingen aan en probeer gewoon van alles!

Marit Hilarius

Over de auteur

Marit Hilarius is een fotografe die gespecialiseerd is in geavanceerde Photoshop bewerkingen. Ze heeft de basisopleiding van de FotoAcademie in Amsterdam afgerond. Haar stijl kenmerkt zich door de sprookjesachtige sfeer die ze in haar foto's creëert.

Dienstag, 20. Oktober 2015

10 tips voor het fotograferen met mist

10 tips voor het fotograferen met mist

maandag 19 oktober 2015, 22:35 door | 1096x gelezen | 1 reactie Gisteren plaatsten we een artikel met 15 prachtige mistfoto's en beloofden toen een artikel met tips om zelf ook zo'n prachtige mistfoto te maken. Bij dezen 10 tips voor het fotograferen van/met mist!

1. Kijk naar het weer


Mist onstaat bij een groot verschil tussen dag- en nachttemperatuur. De lucht koelt dan af waardoor waterdamp in de lucht langzaam overgaat in waterdruppeltjes. Mist ontstaat dus vaak 's avonds laat en houdt dan aan tot 's ochtends vroeg.

Kijk vooraf naar de weersvoorspelling om te zien of er mist voorspeld wordt voor de ochtend. Er zijn ook kaarten beschikbaar die je laten zien of en hoe mistig het op dat moment is. Bijvoorbeeld van Weerplaza. Kijk hiernaar voordat je vertrekt zodat je de kans op teleurstellingen verkleint.

Mist komt overigens het meest voor in gebieden waar water is. Hou dat in gedachten bij het uitzoeken van een locatie voor je mistfoto's.

2. Buiten de mist fotograferen


Buiten de mist staan kan soms beter werken dan erin staan, net zoals dat geldt voor bossen. Door buiten de mist te staan kun je de mooie atmosfeer die mist geeft fotograferen zonder al te veel last te hebben van het heftige contrastverlies wat mist met zich mee brengt. Een goede tip hierbij is om een hoog punt te zoeken vanaf waar je kunt fotograferen.
Buiten de mist

fog boundary; foto door Angelika Hörschläger

3. Gebruik geen flitsers


Flitsers in mist helpen niet. Flitsen terwijl het mistig is zorgt er enkel voor dat je zicht achteruit gaat en kan zelfs zorgen voor een whiteout effect. Gebruik dus alleen natuurlijk licht. Dichtbij een lichtbron staan kan hierbij helpen, bijvoorbeeld een lantaarnpaal.

4. Gebruik een statief


Omdat je dus afhankelijk bent van natuurlijk licht, en natuurlijk licht vroeg in de ochtend of laat op de avond vaak niet overdreven aanwezig is, is het belangrijk om een statief mee te nemen. Zo kun je de sluitertijd verlengen om toch een goede belichting van je foto te krijgen.

5. Overbelicht je foto


Mist kan je camera gemakkelijk op het verkeerde been zetten wat betreft belichting. Dit komt omdat mist licht naar je camera toe reflecteert en je camera daardoor denkt dat er een stuk meer licht is dan er in werkelijkheid is. Je krijgt dan al gauw een onderbelichte foto.

Voeg een beetje belichtingscompensatie toe om dit te voorkomen. Hoeveel compensatie nodig is, hangt uiteraard af van de specifieke omstandigheden waarin je fotografeert.

Check tussendoor ook of de belichting van je foto's klopt. Dit kun je doen aan de hand van het histogram in je camera.

6. Licht laten uitwaaieren


Wanneer (zon)licht gebroken wordt door bijvoorbeeld bomen of bladeren terwijl het mistig is, dan resulteert dit vaak in een mooie waaier van lichtstralen die zich ideaal leent voor een prachtige foto. Het werkt het beste om in zo'n geval te fotograferen met tegenlicht of met licht dat van opzij komt.
Zon uitwaaieren

Road Through the Woods; foto door Julie Falk

7. Stel handmatig scherp


Omdat mist ervoor zorgt dat contrasten vervagen, kan het zijn dat je camera moeite heeft met automatisch scherpstellen. Dit is het makkelijkst op te lossen door gewoon lekker zelf scherp te stellen.

8. Plaats iets in de voorgrond


Mist zorgt ervoor dat objecten in je foto vervagen. De details en texturen raken verloren in de waas die mist over de objecten heen legt. Dit kun je mooi in beeld brengen door iets in je voorgrond te plaatsen. Je krijgt dan echt een goed beeld van het contrast.

Een mooi voorbeeld is bijvoorbeeld een bomenrij waarbij de bomen steeds meer vervagen naarmate ze verder weg raken.
Bomenrij

Haunted Forest; foto door Angelika Hörschläger

De lichte achtergrond die mist vormt kan overigens ook dienen om jouw onderwerp (dat wat jij op de voorgrond zet) om te toveren in een prachtig silhouet.

9. Kijk uit voor condensatie


Omdat mist bestaat uit waterdruppels, kan het zijn dat er waterdruppels op de lens van je camera vormen. Neem daarom een schoonmaakdoekje voor je lens mee, zo ondervind je hiervan zo min mogelijk hinder.

10. Camera acclimatiseren na gebruik


Omdat het in de mist vaak vrij koud is, is het belangrijk om je camera te laten acclimatiseren wanneer je klaar bent. Breng de camera dus niet linea recta vanuit de mist in een hele warme omgeving, maar laat hem eerst even op temperatuur komen, bijvoorbeeld in een koele hal.

Succes en veel plezier!

Fotografeer de maan

Fotografeer de maan

Je hebt vorige maand vast veel foto's voorbij zien komen van de zogenaamde bloedmaan. Ik heb er zelf ook gemaakt, alhoewel om half 4 uit bed gaan niet echt mijn hobby is :)

De volgende dagen zag ik dat er veel 'onscherpe' maanfoto's voorbij kwamen. Op de diverse fora werden vragen gesteld hoe je dat beter kon doen en daar kwamen wel antwoorden op, maar vaak niet helemaal volledig. Dat gaf mij het idee om daar een artikel over te schrijven. Hoe zet je nu de maan op de foto? Dat lijkt allemaal niet zo moeilijk, je moet gewoon even op veel zaken tegelijk letten. Je leest er alles over in dit artikel.

Denk je dat heb ik dus pas weer in 2033 nodig, want pas dan is er weer een bloedmaan? Nou, dat is niet helemaal waar. De maan is met enige regelmaat compleet verduisterd en heeft dan een mooie rode gloed. In juli 2018 is het weer zover. Dat is toch nog wel even weg, maar als je een heldere nacht hebt, dan kan je eigenlijk altijd de maan op de foto zetten. Zeker een leuke oefening om te doen en met deze tips en trucs gaat dat zeker lukken.

Dienstag, 18. August 2015

Lange sluitertijden fotografie; 90% kijken en 10% techniek

Lange sluitertijden fotografie; 90% kijken en 10% techniek

maandag 29 juni 2015, 16:12 door | 10325x gelezen | 17 reacties Fotografie met lange sluitertijden mag zich verheugen in een grote populariteit: ik zie veel foto's voorbij komen. Goede lange sluitertijden foto's laten zien dat het véél meer is dan een technisch kunstje – de techniek is slechts een hulpmiddel. Je ziet hier een andere fotografische benadering, met een eigen creatieve visie.

Over techniek is op internet veel te vinden, maar slechts weinig over de visie achter deze manier van fotograferen. In dit blog geef ik een eerste aanzet op mijn visie van lange sluitertijden fotografie.

Paved to Infinity, © Wilco Dragt

Paved to Infinity, © Wilco Dragt

Goede voorbeelden van die andere benadering van lange sluitertijden (ook wel long exposures genoemd) fotografie vind je in het werk van bijvoorbeeld Michael Kenna, Josef Hoflehner en Michael Levin. Fotografen die hun sporen in de kunstwereld enorm verdiend hebben.

In hun onderwerpkeuze, themakeuze maar ook in hun composities gaan zij heel anders te werk dan in de reguliere landschapsfotografie. Kijk maar eens naar hun foto's, maar zoek op internet ook naar interviews met deze fotografen, het zal je zeker inspireren.

Abstractie, vereenvoudiging en minimalisme


Vaak wordt lange sluitertijden fotografie benaderd vanuit de normale landschapsfotografie. Van een landschap wordt dan een lange sluitertijd foto gemaakt. In mijn ogen werkt dat meestal niet, dat wordt vrijwel nooit een interessant beeld.

Lange sluitertijdenfotografie is écht een hele andere beeldtaal. Het is vaak een vorm van abstractie en vereenvoudiging. Bijna altijd zijn sterke lange sluitertijden foto's beelden waar relatief weinig in staat. Het is de kunst van het weglaten.

Om dat goed te kunnen is een combinatie van vooraf goed nadenken over je foto en het beheersen van de techniek belangrijk. Begin met een andere manier van kijken. Ga al uit van een minimalistisch idee. Het gebruik van lange sluitertijden kan dat ondersteunen en versterken.

Bijvoorbeeld bij water, normaal iets waar beweging in zit zoals rimpelingen, waar heel veel beeldinformatie in zit. Met een lange sluitertijd vlakt dat water helemaal uit. Het wordt één grote lege vlakte; het wordt negatieve ruimte. En datgene wat dan in de compositie over blijft krijgt veel meer de nadruk.

Dat wordt duidelijk in de foto van de mosselbanken in noordwest Frankrijk (Voleurs des Moules). In deze foto was het ook heel belangrijk dat er niets is dat de harmonie in het beeld verstoort.

Voleurs des Moules

Voleurs des Moules, © Wilco Dragt

Lange sluitertijden: kijk en leer van anderen


Kijk vooral heel veel naar werk van anderen, zoals de fotografen die ik in het begin heb genoemd. Ook via Google en op Facebook zijn veel lange sluitertijdenfotografen te vinden. Kijk naar de goede fotografen en wat zij doen. Wat voor soort beelden maken ze? Wat maakt hun werk anders? Waar zit de kracht in? Waarom werkt iets en waarom werkt iets anders niet?

Door te kijken wat anderen doen, kun je ontzettend veel leren - dit geldt natuurlijk voor elke tak van fotografie. Het kan je op weg helpen en helpt je kritisch naar je eigen werk te kijken.

Water, wolken of bewegende objecten als auto's komen veel in lange sluitertijd fotografie voor. Maar denk ook aan bomen of riet dat de door wind beweegt, waardoor er een ander effect ontstaat. Een voorbeeld van bewegend riet vind je in de foto van het IJsselmeer (Makkum I)

Makkum I

Makkum I, © Wilco Dragt

Gereedschapskist


Techniek is relevant, zonder de techniek lukt het niet. Maar het is maar een heel klein stukje. Lange sluitertijden fotografie is naar mijn mening 90% kijken en 10% techniek.

Ik vergelijk het wel eens met een timmerman die een gereedschapskist heeft die hij blindelings kan gebruiken. Als hij iets maakt, weet hij zonder er bij na te denken, wat hij eruit moet pakken. Dat geldt voor lange sluitertijd ook.

Het blindelings beheersen van de techniek is essentieel. Ik heb mijzelf een systematische manier van werken aangeleerd en die pas ik nog steeds toe, ik sla nooit een stap over Ik hoef me alleen nog maar te focussen op het kijken en het zien. Daardoor hoef ik niet meer over de techniek na te denken, het wordt routine.

Heel in het kort komt die werkwijze op het volgende neer:

  • De camera staat volledig op handmatig
  • Ik zorg dat ik een goed belichte foto zonder grijsfilter maak, met een histogram dat op de plaats ligt waar ik het wil hebben. Dit is mijn referentiefoto
  • Dan reken ik de sluitertijd door als ik de grijsfilter(s) zou plaatsen, zie verderop
  • Ik controleer altijd of het histogram van de foto met grijsfilter en lange sluitertijd op dezelfde plek ligt als bij de referentiefoto. Zoniet, dan stuur ik bij door de sluitertijd te verkorten of verlengen.

Lange sluitertijden is geen werkelijkheid


Lange sluitertijden fotografie begint voor mij met een sluitertijd van 15 of 30 seconden en langer. Dan kun je bijvoorbeeld heel mooi met lichtstrepen werken van bewegende objecten zoals auto's. Daar kun je aparte effecten mee creëren.

Met lange sluitertijden maak je een beeld dat niet meer overeenkomt met de werkelijkheid. Want in werkelijkheid zie je geen strepen, je ziet auto's of lichtpuntjes. Je gaat dat interpreteren en verwerken naar een beeld waarvan je vooraf probeert een voorstelling te maken.

Welke lichtpatronen krijg je bijvoorbeeld als die auto 's in je beeld bewegen? Welke lijnen ontstaan daar? Dan kan het heel interessant zijn als die auto's op een weg rijden waar een bocht in zit. Dan krijg je geen rechte lichtstreep, maar een licht streep met een kromming er in. Dat kan hele sterke composities creëren en het is ook nog eens heel leuk om mee te experimenteren.

Fotograaf Martin Stavars is hier een goed voorbeeld van. Hij werkt voornamelijk in steden. Misschien ken je de stadsbeelden van Hongkong met wolkenkrabbers, lichtjes en lichtstrepen van het verkeer. Ook daarbij is abstractie gecreëerd met duidelijk structuren en overzicht.

Fotografeer je gevoel


Wil je aan de slag met lange sluitertijden? Ga dan eens op zoek naar een bepaald gevoel als je op een plek staat. Welk gevoel komt er bij je boven? Wat maakt indruk op jou? Waarom sta je hier? Waarom vind je iets mooi?

Probeer dat eens uit te leggen vanuit een gevoel. Als je dat kunt, kijk dan eens of je dat gevoel kunt fotograferen. Dus niet alleen het ding dat je ziet, maar dat wat het bij jou oproept. Dat is best een uitdaging. Ik zie, als dit bij mensen lukt, dat ze sterkere foto's maken.

Aan de kust kun je bijvoorbeeld de grootsheid van de zee of oceaan voelen. De leegte. Probeer dan juist niet die ene golfbreker beeldvullend in beeld te brengen. Want dan gaat het niet meer over die leegte, maar over de golfbreker. Laat de golfbreker een visueel element zijn waarmee je de leegte uitbeeld. Die golfbreker kan dan juist klein en nietig zijn (Whispering).

Whispering

Whispering, © Wilco Dragt

Neem de tijd


Heel belangrijk bij lange sluitertijd fotografie: neem de tijd! Te vaak zie ik dat mensen te gehaast zijn. Ze komen, kijken even, nemen de foto en gaan weer weg. Ik ben met gemak een halve dag op een locatie!

Zeker ook omdat niet alles zich in één keer aandient. Dit is een hele langzame vorm van fotografie. Heel meditatief. Zet je tas neer en ga eens rustig zitten. Kijk naar wat er om je heen gebeurd. En wat dat met je doet.

Iedere foto met een lange sluitertijd kost al best veel tijd.
Je bent zo 20 minuten of een half uur bezig.

Verrassingselement


Doordat je met lange sluitertijden werkt, zeker als dit in de minuten loopt, kunnen er dingen gebeuren met het licht. Dingen die je niet ziet maar die je uiteindelijk wel in je beeld tegenkomt. Er zit een bepaalde mate van onvoorspelbaarheid in en dat vind ik erg interessant.

Bijvoorbeeld als blijkt dat het aan de horizon veel lichter is dan je had gezien, waardoor er een lichter deel in je beeld ontstaat dat automatisch de aandacht trekt. Dit kan in je voordeel werken maar soms ook in je nadeel.

Probeer er achter wat verschillende lengte van sluitertijden doen. Wat gebeurt er met water, met de lucht, met beweging bij 30 seconde, en wat bij vier minuten. Hier leer je van welk effect bereikt kan worden bij bepaalde sluitertijden.

Zo krijg je een creatief instrument in handen. Als ik een bepaald idee van een foto heb, weet ik naar welke sluitertijd ik toe wil werken.

Lange sluitertijd in de stad


Vaak is er bij lange sluitertijden fotografie water en lucht in beeld. Want daar gebeurt iets mee. Ook in steden zoek ik vaak water op, zoals kanalen, grachten of rivieren. Ik kom regelmatig in Parijs en de Seine is een fantastisch onderwerp.

Of ik nu in een stad aan het water sta of aan de kust, ik probeer me altijd een voorstelling te maken van wat er gebeurt als alle beweging uit het water verdwenen is. Zodat het een stil vlak wordt. Het helpt om je ogen een beetje te sluiten en door je wimpers te kijken. Zo versimpel je de informatie die op je afkomt en visualiseer je wat het gaat worden.

Als je op een locatie werkt waar veel mensen zijn, verdwijnen zij bij sluitertijden van 10 tot 20 minuten uit beeld en houd je een lege straat over. Ga je naar kortere sluitertijden, bijvoorbeeld 10 seconden, dan zie je een soort geesten. Dat kan visueel boeiend zijn, zoals in de foto hieronder van toeristen bij de Eiffeltoren (Tourists).

Tourists

Tourists, © Wilco Dragt

Zwart-wit of kleur fotografie


Doordat je zoekt naar abstractie en vereenvoudiging bij lange sluitertijden, zie je dat in veel gevallen (wel 70 - 80%) wordt gekozen voor zwart wit. Zwart wit is ook al een vorm van abstractie en die twee versterken elkaar.

Er zijn echter wel degelijk hele mooie voorbeelden van lange sluitertijden fotografie in kleur. Vaak wordt dan een kleur zó versterkt dat het monochroom wordt. De versterking van zo'n kleur kan aan een foto dan iets toevoegen waardoor het een extra dimensie krijgt en het een boeiend beeld wordt (And at the end, you turn right).

Ik zie steeds vaker dat professionele Long Exposure-fotografen, die eerst uitsluitend in zwart-wit werkten, nu ook kleur toepassen of er zelfs helemaal naar toe overgaan.

WD 8228 20130621

And at the end, you turn right, © Wilco Dragt

Lange sluitertijden en grijsfilters


Lange sluitertijd krijg je doordat er weinig licht op de sensor valt. Dan kan op twee manieren ontstaan. Of je fotografeert als het donker is of je werkt met een grijsfilter waarmee je heel veel licht tegen houdt.

Ik werk voornamelijk met grijsfilters. Bij lange sluitertijden fotografie in de vorm zoals ik het doe is een 10-stops filter vaak niet genoeg: meestal heb ik 13 stops of meer nodig om het effect te verkrijgen dat ik graag wil.

Dat betekent dat ik meerdere filters achter elkaar zet: ik combineer vaak een 10-stops en 3-stops of zelfs een 10-stops en een 6-stops filter.

Tijdens mijn workshops leer ik de cursisten de door mij ontwikkelde systematische werkwijze aan. Ze maken een opname zonder grijsfilter waarvan de belichting goed is, met een daarbij horende belichtingstijd. Die laat ik ze dan doorrekenen naar een belichtingstijd met de grijsfilters.

Door op die manier te werken, komt er beheersing en wordt het geen gokken. Ik zie regelmatig dat mensen er maar een filter opschroeven en gokken wat de belichtingstijd moet worden. Het is essentieel om je de techniek eigen maken, te beheersen en te weten waarom en hoe het werkt.

Voorkom dat het 'trial and error' wordt - deze techniek laat zich prima beredeneren en berekenen.

Kwaliteit grijsfilters


Er is veel verschil in grijsfilters. Ik heb inmiddels heel wat workshops gegeven en veel filters voorbij zien komen, in veel verschillende kwaliteiten. Er zijn variabele grijsfilters die je kunt verstellen als een soort polaroidfilter – daar kan ik kort over zijn: die werken niet.

Dan zijn er grijsfilters van goedkope merken; die zijn optisch niet geweldig en hebben vaak een gigantisch kleurzweem. Als je met zwart-wit wilt werken is de kleurzweem niet echt een punt. Maar de kleurzweem kan soms zo erg zijn dat het in een kleurenbeeld niet meer te corrigeren is.

Ik heb inmiddels vele magenta en knalgroene beelden voorbij zien komen. Mijn ervaring met grijsfilters is dat je kwaliteit moet kopen en dat betekent helaas automatisch dat daar een prijskaartje aan hangt.

Er worden door verschillende fabrikanten verschillende aanduidingen gebruikt om de filterfactor aan te geven, die tot veel verwarring en helaas ook tot een verkeerde aankoop kunnen leiden. Het is dus zaak je goed te laten informeren.

Lange sluitertijden fotografie: rekenvoorbeeld


Je bent op een dag aan het fotograferen die half bewolkt is: er is een redelijke hoeveelheid licht. Je begint zonder grijsfilter. Stel dan dat je bij een gekozen ISO waarde en een bepaald diafragma op een belichtingstijd van 1/125 seconde uitkomt; je zorgt ervoor dat je een goed histogram hebt.

Mét het grijsfilter dien je dan op dezelfde ligging van het histogram uit te komen; je wilt immers ook dan een goed belichte foto.

Bij een 10-stops grijsfilter resulteert dat dan in principe in een sluitertijd van 8 seconden. Je gaat namelijk 10 keer de oorspronkelijke sluitertijd verdubbelen. Dat geeft de volgende reeks:
1/60 - 1/30 - 1/15 - 1/8 - 1/4 - 1/2 - 1/1 - 2 - 4 - 8.

Nu is het zo dat een 10-stops grijsfilter niet exact 10 stops hoeft te zijn (de fabrikanten zetten dat ook vaak op de verpakking). Ik heb proefondervindelijk vastgesteld dat mijn B&W filter bijvoorbeeld 10 2/3 stops is.

Dat betekent dat ik er nog eens 2/3 stop bij moet tellen: ik kom dan uit op 13 seconden. Het is belangrijk om altijd het histogram te controleren en eventueel bij te sturen.

Lange sluitertijd berekenen met een app


Mijn advies: leer hoe je je sluitertijd bepaalt zonder grijsfilter en hoe je dit toepast met grijsfilter. Inmiddels zijn daar ook verschillende handige apps voor.

De app die ik gebruik is NDcalc, die er zowel voor iPhone als Android is. Dit maakt het heel makkelijk om de sluitertijd mee uit te rekenen.